Twee uitgerangeerde muziek- en tekstschrijvers achter een piano.
Fluitsma:
Kijk… we moeten ons oude werk gewoon ‘pimpen’.
Ik zat dus te denken aan “zeven miljard mensen op dat hele kleine stukje aarde”
Van Tijn:
Wauw. Zeven miljard Nederlanders?
Gaat snel.
Fluitsma:
Nee, op de wereld. Lul.
Zeven miljard mensen.
Van Tijn:
Op een heel klein stukje aarde?
Dat is de hele aarde.
Fluitsma:
Nou, voor zeven miljard mensen vind ik het een verdomd klein stukje aarde eigenlijk.
Bovendien ik ga niet die hele tekst veranderen hoor, dan had ik wel een nieuw liedje geschreven.
Van Tijn:
Hoe weten ze eigenlijk of het er zeven miljard zijn?
Fluitsma:
Fuck it. Daar heb je bij vijftien miljoen mensen ook nooit moeilijk over gedaan.
Van Tijn:
Stel dat er nou een vrouw in Nuenen al vijf maanden dood in haar appartement ligt.
Fluitsma:
Nuenen?
Van Tijn:
Ja of weet ik veel.
Maar niemand weet dus dat ze dood is.
Stel.
Dan is wie wij de zeven miljardste mens noemen dus eigenlijk de zes miljard negenhonderdnegenennegentigmiljoen negenhonderdnegenennegentigduizendnegenhonderdnegenennegenste.
Fluitsma:
Past wel minder lekker in het metrum.
Van Tijn:
Ja sorry hoor, maar het is juist origineel.
Dat telt ook.
Fluitsma:
Origineel? Denk je dat we gesubsidieerd zijn of zo?
Wij zijn van de hits.
Het wordt:
“Zeven miljard mensen. En misschien is er een overleden. Die loopt niet meer op aarde rond. Die moeten we begraven.”
(-)
Het is kut hè?
Van Tijn:
Het is kut, maar als die zeven miljard allemaal dit liedje downloaden zijn we binnen.