Of ik het al gehoord had.

Hoe ik van een aidswees stal

Ze kon niet groter zijn dan één meter vijftig, had enorme ogen en voor ik er erg in had sprak ze me aan.

‘Heb jij het al gehoord?’

Of ik het al gehoord had. Ik had van alles gehoord, maar niets waarvan ik me voor kon stellen dat zij het ook gehoord had. Laat staan iets dat zij met mij mee zou willen delen. Ik was op zoek naar een theepot en dat was wel zo’n beetje het hoogtepunt van mijn dag.

Er liepen drie zwarte pieten langs.

Dit was in de V&D, drie dagen voor sinterklaasavond. Ik glimlachte en zei: ‘dat ligt eraan wat ik gehoord heb.’

Haar ogen werden nog iets groter en nog voor ze ‘nou…’ had gezegd, wist ik wat hier eigenlijk aan de hand was.

Wordt vervolgd

Gepost op .

Herinnering in tweets

Advies van Koos Terpstra

Neushoorn

Ik sprak toneelregisseur Koos Terpstra op de première van zijn meest recente stuk. In het decor stond een heel groot, wit beeld van een neushoorn. Ik vroeg wat die neushoorn daar deed. Hij zei: “ik weet het niet, maar haal hem eens weg en kijk wat je over houdt.”

Wordt vervolgd

Gepost op .

Ik kijk wel voor hoe lang ik uitgelogd blijf.

Goede dagen

goededagen

Ik werd gisteren wakker op een slechte dag. Dat heb ik soms. Meneer Frank zei in groep zes tegen me: ‘jij bent iemand met grote emoties. Als jij iets leuk vindt, dan vind je het ook echt leuk. Maar als je ergens verdrietig over bent…’

Daar liet hij een stilte vallen en ik begreep wat hij bedoelde. Later ben ik tot de conclusie gekomen dat die analyse niet helemaal klopt. Soms word ik verdrietig of leeg wakker en eigenlijk – het duurde lang voordat ik dit door had – heeft dat geen reden. Het is gewoon wat het is. Ik bedenk allemaal redenen om somber te zijn, in een poging mijn gevoel te verklaren, maar de waarheid is dat ik soms gewoon wakker word op een slechte dag.

Wordt vervolgd

Gepost op .

Monoloog van een Amerikaan

Born in the U.S.A.

Obama Inauguration
CC-licentie via JeffreyLowy


Vier jaar geleden reden we met z’n vieren naar Washington D.C. We moesten erbij zijn. Het maakte niet uit dat het twee dagen rijden was: we moesten erbij zijn.

We hadden het busje van Joan volgeladen met bier en pretzels en begonnen aan een ouderwetse road trip. Niet meer gedaan sinds we twintig waren.

Eerst langs Chicago, The Windy City. Waar ik dus nog nooit geweest was. We hebben in een jazzclub gegeten. Chicago pizza. Heel cliché, supertoeristisch.

We hebben The Great Lakes gezien. Het Andy Warhol-museum in Pittsburgh. De autoshow in Detroit. Ons land op z’n best. Springsteen op de autoradio.

Bornnnnn. In The USA.

Toen we aankwamen stond The National Mall al helemaal vol. Ze zeiden dat er twee miljoen mensen waren. We hebben Obama helemaal niet meer kunnen zien. Gelukkig stonden er gigantische schermen, waar hij op te zien was.

Van die schermen stonden we ook te ver af.

Maar ik heb hem gehoord. Ik heb gehoord wat hij zei.

Hope & Change.

Wordt vervolgd

Gepost op .

'Gewoon niet mijn ding zeg maar.'

Je weet welk nummer ik bedoel

Alles is liefde

2004-09-18 - Blof - 013 - Tilburg - 008
Op een feestje in een schuur in Dorst kwam ik een jongen tegen die fan was van Blof. De jongen praatte graag. Wij konden niet anders dan naar hem luisteren. Hij vertelde over zijn werk in een worstenfabriek – of een dierenvoerfabriek, dat weet ik niet meer zeker – en over Blof dus.  Hij vond alles van Blof fantastisch.

Op één nummer na.

Hij zuchtte bij de gedachte aan het nummer alleen al. Keek me veelbetekenend aan. ‘Je weet welk nummer ik bedoel.’

Wordt vervolgd

Gepost op .

Toen we journalisten waren

‘Gelooft u in Sinterklaas?’

Sinterklaas: december 5

We waren negen, Nassim en ik, toen een hardnekkig gerucht zich begon te verspreiden op het schoolplein. Sinterklaas zou niet bestaan, aldus het gerucht, dat voornamelijk rondging onder de stoere jongens.

Ik was in die tijd journalistieker ingesteld dan nu en richtte regelmatig nieuwe tijdschriften op. De tijdschriften volgden elkaar snel op, want nadat ik als hoofdredacteur een paar van mijn klasgenoten tot redactie had aangewezen, volgde er steevast een motie van wantrouwen vanuit mijn redactieraad en werd ik afgezet als hoofdredacteur van het spiksplinternieuwe tijdschrift. We waren heel democratisch. Als ik eenmaal weg was uit de redactie verloor het tijdschrift vervolgens zijn edge, waarna er weer een nieuw tijdschrift opgericht werd.

Nassim en ik waren in 1998 de hoofdredactie van een sinterklaasblaadje – het leek ons goed om op de actualiteit in te spelen. We hadden voor ons eerste nummer een paar goede stukken in de steigers staan. Zo’n beetje wat je verwacht van een degelijk journalistiek werk: een kleurplaat, een strip, een recept voor pepernoten. Het zag er superprofessioneel uit, want alles werd opgemaakt in Microsoft Creative Writer 2.

Het blad stond in de steigers en we waren helemaal klaar voor publicatie, toen een redactionele discussie uitbrak. Moesten we in ons blad aandacht besteden aan de geruchten over het niet-bestaan van Sinterklaas?

Wordt vervolgd

Gepost op .

De beroemdste gast

Glamour

Nederlands Film Festival, 2012

Voor de Janskerk stond een groep in het rood geklede mensen. Sommigen bordeaux, anderen bijna roze, maar allemaal in het rood. Dresscoderood. Het had een bruiloft kunnen zijn, ware het niet dat deze mensen allemaal tussen de negentien en de vierentwintig jaar oud waren. Ze stonden verzameld rondom een rode loper die voor de deur van de kerk lag.

We bleven op een afstandje even staan kijken, benieuwd wat er zou gebeuren. Dat was dit: een olijfgroene Citroën kwam voorgereden en bleef voor de rode loper staan. Iemand in een fleecetrui deed de deur van de auto open. Twee mensen, man in smoking, vrouw in jurk, kwamen over de loper naar buiten gelopen en opeens begonnen de in het rood geklede mensen te juichen. Enthousiast, maar net iets te kort om de afstand tussen kerk en Citroën te overbruggen. De toegejuichte mensen stapten uiteindelijk in stilte in de auto, die wegreed. Vervolgens kwam er weer een auto voorgereden en begon het hele riedeltje weer opnieuw.

Wordt vervolgd

Gepost op .

Er is altijd nog de droomvlucht

Brabantse vrienden

De Efteling

Als ik aan niet-Brabantse vrienden vertel dat ik elk jaar naar de Efteling ga, reageren ze regelmatig verbaasd, op z’n zachtst gezegd. Niet in m’n eentje, ik ga altijd met een groep van Brabantse vrienden, maar eerlijk is eerlijk: als ik niemand zou vinden die mee zou willen, zou ik wellicht wel in mijn eentje gaan.

Als je elk jaar gaat, ken je de meeste attracties redelijk goed. Je mompelt al ‘dit huis, dit vervloekte huis’ voor Hugo de Bokkenrijder het declameert. Het heeft iets met nostalgie te maken, wat ik daar in het park doe. Met herkenning, met de tijd die ogenschijnlijk stil staat. Er is altijd nog de droomvlucht.

Wordt vervolgd

Gepost op .